Skip navigation
Choose section
Direct to main navigation
Direct to sub navigation
Search website


SECTIONS:

MAIN NAVIGATION:
YOU ARE HERE:
Home > Overige hinderlijke geleedpotigen > De gewone oorworm
YOU ARE IN:

SUB NAVIGATION:
PRINTVERSION HEADER:
Logo PPD


Plagen Preventie Dienst B.V.
Postbus 22
4254 ZG Sleeuwijk

Bezoekadres
Tol 14
4251 PX Werkendam

www.ppd.nl
info@ppd.nl


PPD Werkendam
Tel. 0183 30 12 70
Fax 0183 31 09 58

PPD Veldhoven
Tel. 040 253 88 17
Fax 040 255 74 33

PPD Doetinchem
Tel. 0314 36 12 60
Fax 0314 36 52 00

Determinatielab

Zoek uw plaagdier middels ons determinatielab en vindt meer info over de bestrijding:


MAIN CONTENT:

De gewone oorworm

(Forficula auricularia L.)

Algemeen

De gewone oorworm

Hoewel de naam van dit insekt iets doet vermoeden, is de veronderstelling dat de oorworm in de oren van mensen kruipt niet juist. Oorwormen zijn volkomen onschadelijk voor de mens. Naast de gewone oorworm (Forficulauricularia L.) komen in ons land nog vier soorten voor, die echter veel minder algemeen worden aangetroffen.

Uiterlijk

De gewone oorworm is een 10 - 14mm. lang, slank insekt met een horizontaal iets wat afgeplat lichaam. De kleur is glanzend bruin, de kop is donkerder en de poten zijn lichter van kleur. Karakteristiek is een tangvormig orgaan aan het achterlijf. Deze tang wordt in de eerste plaats gebruikt als verdedigingswapen. Bij de gewone oorworm speelt zij geen rol bij het vangen van insekten. Het tangvormig orgaan is bij mannetjes langer en krachtiger dan bij vrouwtjes. Volwassen oorwormen zijn gevleugeld, doch zij gebruiken de vleugels uiterst zelden. Oorwormen hebben monddelen waarmee ze kunnen kauwen aan plantendelen. Zachte bladeren en vruchten (b.v. aardbeien) kunnen worden aangevreten.

Leefwijze en ontwikkeling

De gewone oorworm is te vinden onder allerlei afval, onder stenen, in composthopen, bloempotten, molm en vergane bomen, tussen bladeren van koolplanten, onder oude planken en dikwijls in bloemen, vooral die van de dahlia.

De oorworm is een nachtdier en heeft een bepaalde vochtigheidsgraad nodig, zonder welke het dier niet kan leven. Het dier voelt zich best bij een gemiddelde temperatuur van 26 - 33°C. Zij hebben echter een groot aanpassingsvermogen, waardoor ze van zeeniveau tot in het gebergte voorkomen. Forficula auricularia L. leeft hoofdzakelijk van plantaardig materiaal zoals schimmelsporen, groenalgen, korst- e.a. mossen, bloembladen, zachte bladeren en onrijpe zaden. Als aanvulling consumeren zij ook in ontbinding verkerend dierlijk materiaal en dode of gewonde weerloze insekten, maar ook levende bladluizen en kleine rupsjes.

Broedzorg

Merkwaardig is dat bij de oorwormen broedzorg voorkomt. Voor het invallen van de winter heeft de paring plaats. In het najaar, meestal november, graaft het wijfje een holletje, waar het overwintert. De eieren worden in het voorjaar gelegd. Zodra het eilegstadium is aangebroken, ontwikkelt het wijfje een sterk broedinstinct. In 2 - 4 dagen legt het wijfje 20 - 80 eieren op een hoopje aan het einde van het holletje. Als de eieren gelegd zijn, worden deze door het wijfje zorgvuldig beschermd tegen vijanden. De eitjes worden regelmatig belikt en met haar monddelen worden de eitjes getransporteerd naar een andere plaats in het holletje als zij het verblijf van de eieren ter plaatse om één of andere reden niet geschikt vindt. Langzamerhand neemt de broedzorg af. Het wijfje is dan zeer verzwakt en sterft meestal spoedig en wordt dan door haar eigen broed opgegeten. De hele ontwikkeling van ei tot volwassen dier duurt 5,5-8 maanden.

Wering en bestrijding

Het komt vaak voor dat oorwormen woningen, caravans, tenten, e.d. binnendringen, vooral als het buiten erg droog is. Zij zoeken dan naar plaatsen die de voor hen noodzakelijke vochtigheid hebben. Een goede wering van oorwormen bestaat uit het dichten van spleten en kieren in de buitenmuur en het afsluiten van ventilatieopeningen met een deugdelijk rooster of met fijnmazig gaas. Vooral composthopen en ander organisch materiaal in de directe omgeving van de woning dienen te worden opgeruimd. Wanneer men veel overlast ondervindt van oorwormen kan men het beste trachten deze insekten weg te vangen en elders te deponeren of ze te doden met b.v. kokend water. Dit wegvangen kan b.v. geschieden door 's avonds vochtige doeken, dweilen of dubbelgevouwen jute zakken uit te leggen. Ook kan men omgekeerde bloempotten uitzetten, die losjes zijn gevuld met niet al te veel vochtige houtwol, stro of hooi. onder de rand van de bloempot legt men een steentje of stokje om de insekten de gelegenheid te geven in de potten te kruipen. Geheel afdoende zullen deze maatregelen echter meestal niet zijn.
Een behandeling van de omgeving waar deze insekten zich schuilhouden met insekticiden moet beslist worden afgeraden. De zich overdag schuilhoudende oorwormen bereikt men niet of nauwelijks, terwijl een dergelijke behandeling wel allerlei andere insekten en vogels kan doden. Dit betekent dat ook de natuurlijke vijanden van de oorwormen gedood worden en de bestrijding dus een averechtse werking heeft.

PRINTVERSION FOOTER:

© PPD, Plagen Preventie Dienst | Deze pagina op internet: http://www.ppd.nl/ppd/determinatielab/overige-hinderlijke-geleedpotigen/de-gewone-oorworm.html